VENETIË & DE BIËNNALE, zomer 2017

“Venice is like eating an entire box of chocolate liqueurs in one go” – Truman Capote

Waterwegen

Eerlijk gezegd wist ik niet precies wat ik van Venetië moest verwachten. Ja, uiteraard. Ik had voor mijn reis de nodige Pinterest foto’s gedeeld, ik had de Lonely Planet al uitgeplozen en vaak zat had men mij gewaarschuwd voor de intense hoeveelheid toeristen die er in Venetië zijn. Het kon vriezen, en het kon dooien. Het was er op, of eronder. Ik kon verliefd worden op deze waterstad, of heel erg blij zijn dat ik er na 4 dagen eindelijk weer mocht vertrekken.

Na aankomst duurde het niet lang voordat ik had bepaald of ik tot de categorie “haters” of “liefhebbers” hoorde. Toen we met de bus vanaf ons hostel bij Piazzale Roma, het centrale plein waar alle bussen van buiten de stad stoppen, aankwamen en een stukje naar beneden liepen keek ik pal het Grande Canale op. Daar was het dan. Het blauwgroene water, de gondels, de watertaxi’s- en bussen. De mooie speedbootjes, de doordringende blauwe lucht. Wat een reuring, wat een schoonheid! Het kanaal werd omlijst door oude huizen met daaraan romantische balkons en luiken waarvan het piepen en kraken bijna hoorbaar waren vanaf een afstand. Ik zag in éen klap een overdaad aan kleur, aan lijnen en aan vormen. De zon scheen fel op mijn gezicht, de warmte doordrong mijn lichaam. Alles was waanzinnig mooi. Ik was meteen verliefd.

 

Viva Arte Viva

Drie dagen zou ik samen met mijn travelbuddy door Venetië dwalen. Éen dag had ik echter voor mijzelf ingepland. Ik ben namelijk een kunstnerd. Ja! Het is echt waar! Ik was met een doel naar Venetië gekomen; Elke twee jaar wordt hier namelijk een van de grootste internationale kunsttentoonstellingen georganiseerd: de Biënnale van Venetië. Verschillende kunstenaars representeren hun land op de internationale paviljoens op twee locaties: Giardini en Arsenale. Daarnaast zijn er in Venetië zelf allerlei sattelietlocaties waar enorm veel te doen en te zien is. Een soort Disneyland voor kunstnerds dus…
Ik weet overigens dat ik er niemand een plezier mee doe om met mij een hele dag alleen maar kunstpaviljoens te bekijken op het tempo van een bezetene. Geen tijd om te lunchen, geen tijd om “chill” koffie te drinken, alleen maar tijd om te kijken. Om alles op te slorpen, en alles te absorberen. Ik wilde zoveel mogelijk zien! Natuurlijk snapte ik helemaal dat mijn lieftallige travelbuddy hiervoor paste. Dus ik ging alleen op pad.
Vanaf het hostel reed ik met de bus naar Piazzale Roma en zocht daar de watertaxi die naar Giardini zou varen. Trouwens, hoe lekker is reizen in Venetië?! Serieus… Wij hadden vier dagen echt heel erg warm weer en een brandende zon. Er is dan toch niets lekkerder dan heerlijk op een boot zitten en rustig over kanalen en grachten varen langs de schoonheden van de stad? Dat maakt de hele ervaring zoveel magischer!

Anyway. Tijd om hier lang bij stil te staan en lang te genieten van deze schoonheden had ik op mijn “Biënnaledag” niet. Vanaf de halte Giardini racete ik namelijk de Biënnale op en dacht ik meteen: Oh. Dit is veel. Dit is echt heel veel kunst. En dit is nog maar éen locatie. Er is dus écht geen tijd om te lunchen of koffie te drinken… Nadat ik heel vlug een espresso, op de Italiaanse manier aan de bar voor €1, naar binnen had geworpen, begon ik aan mijn tocht langs alle paviljoens.
Het geheel van deze editie van de Biënnale Viva Arte Viva was relatief optimistisch. De curator, de Franse Christine Macel, wilde een humane, een menselijke Biënnale. De tentoonstelling werd een plek voor reflectie, voor dromen en voor utopieën. Ik ga je verder niet vervelen met een beschrijving van alle dingen die ik heb gezien, dan zou deze post alweer zo’n 25.000 woorden worden. En zeg eerlijk, wie leest dat nou?
Nee, ik post hier wat indrukken, wat foto’s zodat je kunt zien wat ik zoal heb gezien, wat ik opmerkelijk vond of wat me bij is gebleven. Ik heb niet te lang (daar had ik immers geen tijd voor) bij de individuele paviljoens of kunstenaars stil gestaan. Ik heb gewoon geprobeerd te genieten van de dingen die ik zag en mijzelf steeds weer af te vragen waarom ik iets mooi/opmerkelijk/lelijk/achterlijk/… vond. Ik reflecteerde, droomde soms weg en liet me onderdompelen in deze wondere kunstwereld.

       

Na de overdaad aan kunst en kunstenaars in Giardini besloot ik snel een broodje (en een espresso!) te halen en door te lopen naar Arsenale. Een hele grote hal met (wederom) alleen maar kunst. Ik was razend nieuwsgierig!

Volledig verdwaald

De tentoonstelling in Arsenale was echt waanzin. Waar Giardini nog aparte paviljoens had, en ik nog kon genieten van een buitenwandeling, was Arsenale letterlijk een enorme hal met enorm veel kunst. Eerlijk gezegd vond ik het erg overdadig allemaal. Op de helft van de loods heb je het eigenlijk wel gezien. En dan moet je nog een heel stuk! Van een hoogleraar op de VU had ik echter gehoord dat ik helemaal moest doorlopen naar het Italiaanse paviljoen in Arsenale (natuurlijk aan het einde…) Dit was, volgens haar, mee dan moeite waard. Gehoorzaam als ik was, sjokte ik vol goede moed door alle hedendaagse kunst paviljoens, de een nog gekker dan de ander.
Je hebt het al kunnen lezen in de #ANARTWORKADAY van gisteren: toen ik aankwam bij het einde van de loods was daar de installatie van Giorgio Andreotta Calò (1979), Senza titolo (La fine del mondo) (2017). Dit desoriënterende werk dat mijn ogen bedroog en mijn hersens deed kraken, zorgde ervoor dat ik verdwaasd en beduusd uit de installatie liep. Terug de Biënnale in. Op zoek naar een uitgang, op zoek naar Venetië, op zoek naar de echte wereld.

Ik heb een aantal goede kwaliteiten (al zeg ik het zelf) maar oriëntatie en richtingsvermogen behoren zeker niet tot mijn pakket van ‘dingen-waar-ik-goed-in-ben’. Nadat ik uit La fine del mondo kwam, verdwaalde ik volledig. Ik liep door een groene beeldentuin, maar kwam bij een doodlopende waterweg uit. Ik keerde om, maar vond de uitgang van Arsenale niet meer. Toen ik eindelijk uit de Biënnale was, moest ik nog een weg zien te vinden naar het San Marcoplein, waar ik mijn travelbuddy weer zou meeten. Achteraf gezien (toen Google Maps het weer deed…) zag ik dat mijn wandeling zo’n 20 minuten had kunnen duren. Ik deed er minstens anderhalf uur over.
Ik liep vanaf de Arsenale door allerlei steegjes, sloeg links- en rechtsaf op zoek naar een grote weg, op zoek naar het kanaal, op zoek naar een herkenningspunt. Alles wat ik zag waren echter huisjes, boten, waslijnen waar witte en frisse was aan wapperden, en een plein met een spinnenweb aan lege waslijnen voor latere laundry. Ik liep door mooie stegen, maar ook door donkere en smalle weggetjes. Ik liep over bruggen met uitkijkjes en “bootparkeerplaatsen”.
Van het optische bedrog van Caro, was ik terechtgekomen in een wirwar van mooie gebouwen, architecturale hoogstandjes, grachtjes en mooie (speed)boten. Hoewel mijn ogen dit keer wel konden zien wat er om mij heen was, registreerden mijn hersenen the beauty of it all niet helemaal. Een ding wist ik wel: verdwalen was nog nooit zo leuk geweest!

Ja, Venetië heeft een speciaal plekje in mijn hart gekregen. De rustige stukken waar minder toeristen lopen, en die net zo mooi zijn als de trekpleisters, hebben mij verliefd gemaakt. De warmte, het eten, het ijs, de espresso’s, het water, de zon, alles maar dan ook alles was prachtig! Dat ik mezelf ook nog eens heb kunnen laten onderdompelen in een enorme hoeveelheid kunst was een dikke vette bonus!

 

Gerelateerd

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *