#ANARTWORKADAY

“The Bauhaus strives to bring together all creative effort into one whole, to reunify all the disciplines of practical art – sculpture, painting, handicrafts, and crafts – as inseparable components of a new architecture.” – Walter Gropius

Het ontwerp voor de poster dat ik gisteren postte was een voorproefje voor de #ANARTWORKADAY van vandaag! Al jaren ben ik een enorme liefhebber van de kunst en stijl afkomstig uit Bauhaus.

Het Bauhaus bestond van 1919 tot 1930 en wordt vandaag de dag nog steeds gezien als de belangrijkste school van de 20e eeuw. Opgericht door Walter Gropius (1883-1969) werd deze academie voor architectuur en toegepaste kunst eerst in Weimar, en later in Dessau gevestigd. Gropius zelf had tot 1928 de leiding.
Een van de basisideeën van Gropius was dat studenten zowel geïnspireerd moesten raken door de artistieke kant van kunst, maar ook door de ambachts kant ervan. Hoewel architectuur als discipline hoog in het vaandel stond, werden er aanvankelijk voornamelijk schilders aangenomen om studenten te doceren: Paul Klee, Oskar Schlemmer, Wassily Kandinsky, Laszlo Moholy-Nagy, kortom: veel leden uit mijn eerder genoemde “grote bazen club“. Niet de minste, en zeker niet altijd evenredig in hun manier van lesgeven.

Kandinsky had bijvoorbeeld in het eerste kwart van de 20e eeuw een theoretische en filosofische ondergrond gegeven aan abstracte kunst in zijn Über das Geistige in der Kunst (1912) waarin hij een eerste aanzet gaf tot de systematisering van kunst met een muzikale vergelijking: “De kleur (respectievelijk vorm) is de toets. Het oog de hamer. De ziel het klavier met de vele snaren. De kunstenaar is de hand, die door de toets doelmatig de menselijke ziel in vibratie brengt.” Verder zag Kandinsky het als zijn taak om door (abstracte) kunst spiritualiteit uit de drukken. Hij geloofde dat dit mensen naar een hoger geestelijk niveau zou brengen, zéker in de steeds materialistischer wordende wereld.
In het Bauhaus gaf hij op zo’n zelfde manier les aan zijn studenten. Overigens vond hij deze periode, vanaf circa 1922, zijn meest productieve periode. Hij noemde het zelf “de tijd, gekarakteriseerd door een lyrisch geometrisme.”

Bron afbeelding

Van heel andere orde was bijvoorbeeld Laszlo Moholy-Nagy. Anders dan de meer spirituele en expressionistische kunst had hij een constructivistische achtergrond: veel rationeler, berekenender, eerder mathematisch en gebaseerd op techniek. Ook was de Nederlandse Theo van Doesburg na zijn aanstelling omstreeks de jaren 1920 van grote invloed op het ‘rooster’ van het Bauhaus. Hij introduceerde bijvoorbeeld invloeden uit De Stijl in het Bauhaus.

Zoals je wel kunt begrijpen was deze wisselwerking tussen docenten, de verschillende ideeën en kunstwerken die opborrelden in het Bauhaus onvoorstelbaar interessant! Er heerste een artistiek, internationaal, dynamisch klimaat. Nagenoeg alle Avantgarde kunstenaars die wij nu als belangrijk beschouwen waren op een bepaald punt van hun carrière betrokken bij het Bauhaus. Het is dan ook om die reden dat dit stiekem mijn lievelingstijd is en waarom ik, toen ik zelf door het Bauhaus liep, bijna constant rillingen over mijn rug had.
Lopen waar “Kandinsky & Co” hadden gelopen, mij voorstellen hoe zij les hadden gegeven, dat was echt een fantastische ervaring!

Bron afbeelding

Gerelateerd

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *