#ANARTWORKADAY: Robert Rauschenberg

“Painting relates to both art and life. Neither can be made.” – Robert Rauschenberg

In 2008 studeerde ik af aan het Heilig Graf Instituut in Turnhout (BE) (ja, je mag een moment nemen om de naam van mijn middelbare school uit te lachen…). Ik volgde daar sinds twee jaar de richting Beeldende Kunst en in het laatste jaar werd van ons gevraagd het gehele jaar te werken aan een eigen project/kunstwerk. Mijn docent Beeldende Kunst tipte mij de naam Robert Rauschenberg (1925-2008) als inspiratiebron en uitgangspunt voor mijn eigen eindwerk. Ik had werkelijk nooit van hem gehoord maar raakte al snel gefascineerd bij het zien van zijn oeuvre dat prachtig, chaotisch en enorm veelzijdig is.
Helaas overleed Rauschenberg in mijn afstudeerjaar. Uiteraard gaf dit het geheel nog heel wat meer lading en nu, zo’n 10 jaar later, ben ik nog steeds een groot liefhebber van zijn werk.

Rauschenberg was een schilder, fotograaf, beeldhouwer, en een grafisch kunstenaar die actief was in de Popart beweging. Rond de jaren 1950 begon hij met het maken van zijn “Combines”, kunstwerken bestaande uit niet-traditionele materialen en objecten, die hij op een innovatieve manier bij elkaar bracht.
De “Combines” laten mijns inziens goed de overgang zien tussen het Abstract Expressionisme en Pop-Art: anders dan Andy Warhol maakte Rauschenberg nog gebruik van een expressieve manier van schilderen en “met verf gooien” hoewel hij dit combineerde met het gebruik van alledaagse, banale objecten zoals beddengoed, cornflakes verpakkingen of autobanden.

Bron afbeelding

Rauschenberg wilde afstappen van de traditionele opvattingen dat een penseelstreek de identiteit van een kunstenaar bepaalde en weergaf wat de filosofie of betekenis van kunst (of een kunstwerk) was. Door zich meer te focussen op populaire media en massa geproduceerde objecten schopte hij tegen dit idee aan juist door het combineren van de nieuwe vormen van kunst met de meer traditionele. De kunstenaar geloofde dat schilderen zowel relateerde aan kunst en aan het leven. Niets kon gemaakt worden, zo stelde hij. Zijn kunst zag hij als een dialoog tussen hemzelf, de wereld, de kijkers en de kunstgeschiedenis.
Wat mij zo fascineert aan zijn werk is de veelzijdigheid ervan. Waar je ook kijkt, er is altijd iets nieuws te zien; een nieuwe kleur, een andere foto, een maatschappij kritische noot of een banaal object. Alles kan en alles mag.

Bron afbeelding

Een van zijn eerste “Combines” maakte hij in 1955: Bed is zowel een beeldhouwwerk als een schilderij, een installatie gemaakt van traditionele materialen en afval dat Rauschenberg op de straten van New York City vond. Het verhaal gaat dat de kunstenaar op een dag geen canvas of doeken meer in zijn atelier had staan en daarom op zijn beddengoed begon te werken. Hij spande zijn dekbedovertrek op een houten plank en begon de verf hierover te druppelen en spatten (geheel in stijl van Abstract Expressionisten als Jackson Pollock of Jasper Johns). Door het geheel op een alledaags gebruiksvoorwerp te maken, komen twee stromingen op briljante wijze bij elkaar!

Gerelateerd

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *